Plusgroep

 

plusklas

 

Plusklas

De Sint Bernardusschool heeft een plusklas voor leerlingen uit de groepen 5, 6 en 7. De doelstelling van de plusklas is tegemoet komen aan de specifieke behoeften van meer- en hoogbegaafde kinderen. In de klas is er gelegenheid voor extra cognitieve uitdaging (verbreding) en samenwerking en omgang met denkgelijken. In de plusklas wordt gewerkt met de didactiek van onderzoekend en ontwerpend leren. Onderzoekend leren stimuleert samenwerken, creatief en innovatief denken en draagt bij aan een onderzoekende en kritische houding bij leerlingen (21st century skills). Leerlingen ontwikkelen onderzoek vaardigheden, zoals goed waarnemen, vragen stellen, experimenten opzetten en uitvoeren, voorspellingen doen, problemen verkennen en oplossingen bedenken. Hiernaast vergroten de leerlingen hun kennis over een bepaald onderwerp.

De plusklas wordt gevormd door een groep leerlingen die bovengemiddeld (kunnen) presteren. Het betreft leerlingen die door hun meer- of hoogbegaafdheid meer nodig hebben dan wat binnen het reguliere schoolwerk en het verrijkingsaanbod binnen de groep geboden kan worden. De leerlingen moet de gegeven lessen in de eigen klas zelfstandig kunnen inhalen, dit vraagt om een goede werkhouding en zelfstandigheid. De groepsleerkracht en intern begeleider kijken ieder schooljaar welke leerlingen in aanmerking komen voor deelname aan de plusklas.

Didactiek onderzoekend en ontwerpend leren
Het primaire doel van onderzoekend leren is om de leerlingen een actieve houding aan te leren waarmee ze de wereld om zich heen kunnen ontdekken (Van Graft & Kemmers, 2007). Er wordt hierbij uitgegaan van de natuurlijke nieuwsgierigheid van kinderen. Leerlingen stellen, binnen een vastgesteld thema, hun eigen vragen en gaan vervolgens zelf opzoek naar de antwoorden op deze vragen. De antwoorden worden gezocht door gebruik te maken van de zintuigen te gebruiken: voelen, horen, ruiken, kijken en proeven. Het onderzoekend leren verloopt via een model met zeven stappen. 


Stap 1. Introductie

Leerlingen maken kennis met een onderwerp of probleem.

Stap 2. Verkennen

Dit onderwerp gaan ze vervolgens in de breedte verkennen

Stap 3. Onderzoek opzetten

Ze zetten een onderzoek op aan de hand van een (eigen) vraag.

Stap 4. Onderzoek uitvoeren

Ze voeren dit onderzoek uit.

Stap 5. Concluderen

Ze trekken een conclusie.

Stap 6. Presenteren

Ze verwerken het geleerde in een presentatie van hun onderzoeksresultaten.

Stap 7. Verdieping/ verbreding

Tot besluit brengt de leerkracht verbreding of verdieping aan door het geleerde toe te passen in andere contexten of door verbinding te leggen met andere concepten.

Er wordt ieder jaar met verschillende thema’s gewerkt, waarbij gezorgd wordt voor een afwisseling van de vakgebieden (natuurkunde, aardrijkskunde, biologie, cultuur, geschiedenis, filosofie).


Impressie leerlingen n.a.v. thema’s:
Edmon over thema 4, natuur en techniek: “Ik vind het super leuk om dingen te bouwen. Ik wil later in mijn beroep ook zoiets doen, bijvoorbeeld elektrische auto’s ontwerpen. Ik leer nu hoe alles werkt en wat ik daarvoor nodig heb.”

Obbe over breinspellen en breinkrakers: “De breinkrakers zijn leuk, want ze zijn moeilijk en uitdaging vind ik leuk. Het maken van de puzzels lukt niet in 1 keer en dan moet je het blijven proberen en doorzetten. “

Liyan over thema 2, aardrijkskunde: “Ik was de voorzitter. Dan moet je kijken of iedereen zijn taak heeft gedaan en of alles goed gaat. Ik vond het leuk om een voorzitter te zijn. Eén keer moest ik iemand aanspreken en daarna ging het gelijk beter.”

Sanouk over thema 3, cultuur: “Ik vond het thema muziek erg leuk, omdat ik het interessant vond en ik heb veel nieuwe dingen geleerd. Ik heb onderzoek gedaan naar welke kinderen beter muziekgenres kunnen herkennen, de oudere kinderen of de jongere kinderen. Het opschrijven van de resultaten was nog wel moeilijk, bijvoorbeeld het optellen van alle scores. De jongere kinderen hebben met 1 punt verschil gewonnen. Maar dat betekent niet dat alle jongere kinderen beter zijn in het herkennen van muziekgenres, alleen de geteste kinderen.”

Timon over thema 2, aardrijkskunde: “Ik vond het heel leuk om de dikke– truiendag te organiseren, omdat deze dag niet veel energie kost en het was ook leuk om in een dikke trui op school te zitten. Eerst wist ik nog niet dat rook van auto’s, vliegtuigen en huizen slecht is voor het milieu.”

Tony over breinspellen en breinkrakers: “Ik vind de breinspellen en breinkrakers leuk om te doen, omdat je er echt bij moet nadenken. Het lukt soms niet en dan moet je doorzetten en dat vind ik leuk om te doen. Hoe moeilijker, hoe leuker.”

Robin over thema 4, natuur en techniek: “Ik vind het bouwen van de windmolen moeilijk, maar je kunt er heel veel van leren. Als de meester iets vertelt, dan snap ik het wel meteen. Ik vind het leuk om samen met Sascha dit soort dingen te maken. Je kan er veel van leren en we helpen elkaar ook.”

Sascha over thema 3, cultuur: “Ik heb onderzocht wie beter emotie kan herkennen: oudere kinderen of jongere kinderen. We hadden een testruimte gemaakt en daar hebben we een onderzoekje gedaan. We hadden vier liedjes met emotie verdrietig, boos, bang en blij. De kinderen moesten zeggen welke emotie ze hoorden. De oudere kinderen hebben het beter gedaan.“

Zara over thema 2, aardrijkskunde: “We hebben het broeikaseffect onderzocht. We hebben een kas in de zon gehouden en toen werd het heel warm in de kas. We hebben de kas ook uit de zon gehouden en toen werd het kouder. Daarna hebben we een filmpje gemaakt voor het Jeugdjournaal. We speelden dat we wetenschappers waren en we kregen vragen van kinderen over het broeikaseffect. Die vragen hadden we eigenlijk zelf bedacht. “

Lola over thema 4, natuur en techniek: “Ik vind het leuk om te bouwen en Billy ook. Zelf weet ik niet hoe ik het in elkaar moet zetten, maar het stappenplan helpt en ook de hulp van de andere kinderen. Als het bouwen gelukt is, voel ik me blij. “

Stephanie over thema 4, natuur en techniek: “Ik vind dit bouwen erg leuk. Thuis bouw ik ook met Lego Technic, maar dat is heel duur. Als je het motortje aansluit en de windmolen doet het; dat vind ik echt leuk.

© 2013 Stichting Sint Bavo | Webdesign: MitZ.nl